dinsdag 22 april 2014
vrijdag 14 maart 2014
Kwakzalvers
Wat mij betreft mag er meer bezuinigd worden op de GGZ. Nee, al gaat u op uw hoofd staan, ik neem daar geen woord van terug. Zolang ons belasting- en premiegeld wordt gebruikt om de zakken te vullen van een stelletje kwakzalvers dat niets presteert, vraagt de GGZ erom drooggelegd te worden.
Ik bied bij voorbaat mijn excuus aan aan al die idealisten die dolend in de GGZ-woestijn hun uiterste best doen voor hun patiënten. Het zijn de zonderlingen die zoeken naar methoden die wat toevoegen aan de gebaande, maar vaak doodlopende wegen. Het zijn de halve zolen die de DSM niet al te serieus nemen, omdat zij vinden dat hun patiënten recht hebben op zorg. Laat anderen die maar verketteren; zolang het een louter altruïstische daad is neem ik mijn petje voor ze af.
Nog niet zolang geleden stuurde een moeder van een door zelfmoord overleden patiënte mij een foto van de berg slaap- en kalmeringsmiddelen die ze in haar huis had gevonden. Het was genoeg om de hele straat mee uit te moorden. Ik heb er lange tijd met verbijstering naar gekeken. Hier hebben hulpverleners hun taak wel heel erg verwaarloosd, dacht ik. Er heeft nooit een haan naar gekraaid. Geen vereniging tegen het ongecontroleerd voorschrijven van grote hoeveelheden medicatie die ageert tegen deze gang van zaken.
Ik kan me de periode voor het overlijden van die jonge vrouw nog goed herinneren. De slimme SPV vond dat zij de patiënt moest vertellen dat haar moeder contact met haar had gezocht omdat het niet goed met haar dochter ging. Daarmee zette zij moeder voorgoed buitenspel. De dochter wilde niets meer van haar moeder weten. Een paar maanden later was de dochter dood.
Ik vraag me af of het ooit bij de SPV is opgekomen dat zij medeverantwoordelijk was voor de dood van haar patiënte. Het woord schuldig vermijd ik liever, maar de moeder in kwestie heeft het over moord door nalatigheid. Ik kan haar die uitdrukking niet kwalijk nemen. Er is geen haan die naar dit soort delicten kraait. Er is geen vereniging die deze verborgen misstanden onderzoekt.
Enige tijd geleden liet de vereniging tegen kwakzalverij wel een ferm geluid horen n.a.v. de promotie van de hocuspocus psychiater Rogier Hoenders. Het gekrakeel tussen het crème de la crème van onze intelligentia ging over het nut van integrale psychiatrie. Een holistische benadering die niet ophoudt bij het toedienen van medicatie, maar aandacht heeft voor de algehele gezondheid van de patiënt.
Onderzoek naar waar een patiënt naast pillen en prikken ook behoefte aan heeft is zeker geen overbodige luxe. Ik ben geen aanhanger van toverdokters, maar juich het toe dat wetenschappers zoals Rogier Hoenders het nut van alternatieve methoden onderzoeken. Enig besef van waar onze medische kennis ophoudt en waar andere mogelijkheden beginnen, zou de vereniging tegen kwakzalverij sieren. Wij weten nog maar heel weinig van het menselijk brein. De psychiatrie is voor een groot deel gebaseerd op gissen en gelukstreffers. Je stopt er een pil in en als het helpt is het meegenomen. We moeten het er vooral niet over hebben dat veel van de voorgeschreven medicijnen verschrikkelijke bijwerkingen hebben, ja zelfs levensgevaarlijk zijn.
Enige bescheidenheid van de dames en heren psychiaters is op zijn plaats. Net als ons respect voor al die harde werkers in de psychiatrie die de moed hebben af te wijken van de gebaande paden en hun nek uitsteken voor het welzijn van hun patiënten. Als patiënten baat hebben bij een aanvullende behandeling is er alle reden om daar onderzoek naar te doen. Integrale psychiatrie stapt in het gat dat de reguliere psychiatrie laat liggen. Ik zou zeggen: wil de echte kwakzalver opstaan?
Ik bied bij voorbaat mijn excuus aan aan al die idealisten die dolend in de GGZ-woestijn hun uiterste best doen voor hun patiënten. Het zijn de zonderlingen die zoeken naar methoden die wat toevoegen aan de gebaande, maar vaak doodlopende wegen. Het zijn de halve zolen die de DSM niet al te serieus nemen, omdat zij vinden dat hun patiënten recht hebben op zorg. Laat anderen die maar verketteren; zolang het een louter altruïstische daad is neem ik mijn petje voor ze af.
Nog niet zolang geleden stuurde een moeder van een door zelfmoord overleden patiënte mij een foto van de berg slaap- en kalmeringsmiddelen die ze in haar huis had gevonden. Het was genoeg om de hele straat mee uit te moorden. Ik heb er lange tijd met verbijstering naar gekeken. Hier hebben hulpverleners hun taak wel heel erg verwaarloosd, dacht ik. Er heeft nooit een haan naar gekraaid. Geen vereniging tegen het ongecontroleerd voorschrijven van grote hoeveelheden medicatie die ageert tegen deze gang van zaken.
Ik kan me de periode voor het overlijden van die jonge vrouw nog goed herinneren. De slimme SPV vond dat zij de patiënt moest vertellen dat haar moeder contact met haar had gezocht omdat het niet goed met haar dochter ging. Daarmee zette zij moeder voorgoed buitenspel. De dochter wilde niets meer van haar moeder weten. Een paar maanden later was de dochter dood.
Ik vraag me af of het ooit bij de SPV is opgekomen dat zij medeverantwoordelijk was voor de dood van haar patiënte. Het woord schuldig vermijd ik liever, maar de moeder in kwestie heeft het over moord door nalatigheid. Ik kan haar die uitdrukking niet kwalijk nemen. Er is geen haan die naar dit soort delicten kraait. Er is geen vereniging die deze verborgen misstanden onderzoekt.
Enige tijd geleden liet de vereniging tegen kwakzalverij wel een ferm geluid horen n.a.v. de promotie van de hocuspocus psychiater Rogier Hoenders. Het gekrakeel tussen het crème de la crème van onze intelligentia ging over het nut van integrale psychiatrie. Een holistische benadering die niet ophoudt bij het toedienen van medicatie, maar aandacht heeft voor de algehele gezondheid van de patiënt.
Onderzoek naar waar een patiënt naast pillen en prikken ook behoefte aan heeft is zeker geen overbodige luxe. Ik ben geen aanhanger van toverdokters, maar juich het toe dat wetenschappers zoals Rogier Hoenders het nut van alternatieve methoden onderzoeken. Enig besef van waar onze medische kennis ophoudt en waar andere mogelijkheden beginnen, zou de vereniging tegen kwakzalverij sieren. Wij weten nog maar heel weinig van het menselijk brein. De psychiatrie is voor een groot deel gebaseerd op gissen en gelukstreffers. Je stopt er een pil in en als het helpt is het meegenomen. We moeten het er vooral niet over hebben dat veel van de voorgeschreven medicijnen verschrikkelijke bijwerkingen hebben, ja zelfs levensgevaarlijk zijn.
Enige bescheidenheid van de dames en heren psychiaters is op zijn plaats. Net als ons respect voor al die harde werkers in de psychiatrie die de moed hebben af te wijken van de gebaande paden en hun nek uitsteken voor het welzijn van hun patiënten. Als patiënten baat hebben bij een aanvullende behandeling is er alle reden om daar onderzoek naar te doen. Integrale psychiatrie stapt in het gat dat de reguliere psychiatrie laat liggen. Ik zou zeggen: wil de echte kwakzalver opstaan?
dinsdag 10 mei 2011
Grafstenen
Grafstenen en hellepijn
bederf tot in het vlees
woekering zonder vrees
voor rotting en venijn.
schimmel in etensresten
die in zijn bunker leven
het is hem om het even
hij zit niet in de nesten
het bot rot langzaam weg
maar hij maakt zich niet druk
om al dat ongeluk
Hij heeft gewoon wat pech
draagt fier zijn meurend juk
van wolf en zoet geluk.
bederf tot in het vlees
woekering zonder vrees
voor rotting en venijn.
schimmel in etensresten
die in zijn bunker leven
het is hem om het even
hij zit niet in de nesten
het bot rot langzaam weg
maar hij maakt zich niet druk
om al dat ongeluk
Hij heeft gewoon wat pech
draagt fier zijn meurend juk
van wolf en zoet geluk.
zondag 4 juli 2010
Vrijdag 2 juli 2010
Prachtig lied
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied,
geen zin om van te dromen,
niets waar u even van geniet.
Mijn lege ader doet het niet,
het wil er niet van komen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied.
Het doet me al met al verdriet.
U lijkt wel beet genomen,
niets waar u even van geniet.
Dit leed doet u misschien geen biet
kom, laat uw tranen stromen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied.
U treft geen dichter in ’t verschiet
veel valt er niet te bomen.
Niets waar u even van geniet.
Het maakt me lichtelijk kierewiet,
er is niet door te komen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied,
niets waar u even van geniet.
Prachtig lied
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied,
geen zin om van te dromen,
niets waar u even van geniet.
Mijn lege ader doet het niet,
het wil er niet van komen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied.
Het doet me al met al verdriet.
U lijkt wel beet genomen,
niets waar u even van geniet.
Dit leed doet u misschien geen biet
kom, laat uw tranen stromen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied.
U treft geen dichter in ’t verschiet
veel valt er niet te bomen.
Niets waar u even van geniet.
Het maakt me lichtelijk kierewiet,
er is niet door te komen.
Vandaag schrijf ik geen prachtig lied,
niets waar u even van geniet.
zondag 18 april 2010
Ik heb een kind dat stemmen hoort,
waardoor zijn leven wordt verstoord.
Ik heb een kind, zo ongehoord
bang en eenzaam doolt hij voort.
Ik heb een kind kwetsbaar en stil,
die van het leven houden wil.
Ik heb een kind dat leven wil,
niet beven wil, doordat een pil
regeert over zijn levenswil.
Het maakt me stil.
waardoor zijn leven wordt verstoord.
Ik heb een kind, zo ongehoord
bang en eenzaam doolt hij voort.
Ik heb een kind kwetsbaar en stil,
die van het leven houden wil.
Ik heb een kind dat leven wil,
niet beven wil, doordat een pil
regeert over zijn levenswil.
Het maakt me stil.
donderdag 25 februari 2010
Overleven
Kent u ze, die huizen uit nieuwbouwwijken die overal bestaan uit blokken eengezinswoningen met een voor- en een achtertuin?
Dan zal het u niet verbazen, wanneer ik u vertel dat dit verhaal zich afspeelt in een van die huizen.
U herkent het huis meteen als u door de wijk loopt. De tuin is niet zo goed verzorgd, maar in de achtertuin staat een prachtige boom met roodbruine bladeren. Aan de voet van die boom ziet u een paar witte tegels, waaronder de overleden huisdieren begraven liggen. Sinds poes Yessie daar ook ligt, heeft die plek een speciale betekenis voor de bewoners van dat huis.
Yessie was nog maar een paar weken oud toen de tienjarige jongen met het beestje kwam aanzetten. Hij had het gered van een wrede verdrinkingsdood in een met stenen gevulde zak. Het poesje kon nog niet zelfstandig eten en met heel veel liefde en zorg heeft hij het diertje door deze moeilijke periode gesleept. Rommelend met pipetjes en theelepeltjes bracht hij de kattenmelk bij haar naar binnen. Hij sloot zijn jongenshanden om haar heen en gaf haar meer warmte en moederliefde dan menige vrouw haar kind. Yessie groeide uit tot een kwieke dame. Ze was geen lieve kat. Ze duldde geen andere dieren in huis en eiste grommend haar plek op. Zij droeg de sporen van de evolutie van een boerderijkat die moest overleven. Geen spreeuw was veilig voor haar.
Af en toe bracht ze de jongen haar jachtbuit. Daar schrok hij van, maar hij toonde zich wel gevleid over dit bewijs van aanhankelijkheid. Zijn verbod om te jagen maakte op Yessie geen enkele indruk.
Tussen kat en kind bestond een innige band. Ze hadden alles voor elkaar over, zelfs hun leven, zoals later zou blijken. Wanneer hij uit school kwam, liep ze hem tegemoet en als hij thuis was zat ze spinnend bij hem op schoot. Zij maakte voor hem een uitzondering, de andere gezinsleden vereerde ze nooit met een bezoek op schoot.
Hiermee zou het sprookje kunnen eindigen. Het liep anders. Toen de jongen een jaar of zestien was, begon het op te vallen dat hij bizar gedrag vertoonde. Hij werd van school gestuurd en bleef dagenlang op bed liggen. Zijn kamer veranderde in een zwijnenstal en zijn ouders verloren het contact met hem.
Het leek wel of hij alleen nog met Yessie ‘gewoon’ kon blijven doen. Zij was zijn enige contact met de realiteit. Voor het overige leefde hij in een wereld van wanen en demonen.
Het leven met hem onder één dak was ondraaglijk geworden voor zijn ouders. In die tijd was er niemand die kon of wilde helpen, omdat hij geen hulp wilde. Toen zijn ouders er een paar dagen tussenuit waren om wat op adem te komen, ontstond er brand in huis. De jongen die op zolder lag te slapen merkte daar niets van. Weldra zou de rook hem dermate bedwelmen dat wakker worden niet meer mogelijk was.
Als Yessie verstandig was, dan nam ze de benen via het kattenluik. Zij dacht er niet over en is naast hem gaan zitten krijsen, net zo lang tot hij wakker werd. Met haar geschreeuw wees ze hem de weg door het donkere met rook gevulde huis. Met zijn handen langs de muren en met behulp van de poes kon de jongen het vege lijf redden en het huis uitkomen.
Buiten ontdekte hij dat Yessie nog binnen was. Hij is het huis weer in gerend om haar te zoeken. Hij vond haar en droeg haar liefdevol naar buiten.
Liefde tussen mens en dier overstijgt dikwijls het eigenbelang. Toen de jongen uiteindelijk na diverse opnames een eigen huis kreeg, was het voor iedereen vanzelfsprekend dat Yessie met hem mee zou gaan. Behalve voor hem.
Hij die zichzelf niet ziek vond, van psychiaters niets moest weten, vond dat hij geen medicijnen nodig had, bleek meer inzicht te hebben in zijn beperkingen dan op het eerste gezicht leek.
“Ik kan niet eens voor mezelf zorgen mam, dat doe ik haar niet aan.”
Hij liet Yessie achter in het ouderlijk huis. Wanneer hij zijn ouders een bezoek bracht, werd zijn komst al geruime tijd vooraf aangekondigd door het zenuwachtige gemekker en gedrentel van Yessie.
Yessie had beter naar hem moeten luisteren. Ze werd op het laatst te oud om te jagen. Ze had een mooiere dood verdiend dan te stikken in een door haar gevangen spreeuw. De jongen bleef er wonderlijk nuchter onder.
“Jagen hoorde bij haar natuur en is niet zonder risico’s”, zei hij terwijl hij haar met veel zorg een mooie plek onder de boom gaf.
Kent u ze, die huizen uit nieuwbouwwijken die overal bestaan uit blokken eengezinswoningen met een voor- en een achtertuin?
Dan zal het u niet verbazen, wanneer ik u vertel dat dit verhaal zich afspeelt in een van die huizen.
U herkent het huis meteen als u door de wijk loopt. De tuin is niet zo goed verzorgd, maar in de achtertuin staat een prachtige boom met roodbruine bladeren. Aan de voet van die boom ziet u een paar witte tegels, waaronder de overleden huisdieren begraven liggen. Sinds poes Yessie daar ook ligt, heeft die plek een speciale betekenis voor de bewoners van dat huis.
Yessie was nog maar een paar weken oud toen de tienjarige jongen met het beestje kwam aanzetten. Hij had het gered van een wrede verdrinkingsdood in een met stenen gevulde zak. Het poesje kon nog niet zelfstandig eten en met heel veel liefde en zorg heeft hij het diertje door deze moeilijke periode gesleept. Rommelend met pipetjes en theelepeltjes bracht hij de kattenmelk bij haar naar binnen. Hij sloot zijn jongenshanden om haar heen en gaf haar meer warmte en moederliefde dan menige vrouw haar kind. Yessie groeide uit tot een kwieke dame. Ze was geen lieve kat. Ze duldde geen andere dieren in huis en eiste grommend haar plek op. Zij droeg de sporen van de evolutie van een boerderijkat die moest overleven. Geen spreeuw was veilig voor haar.
Af en toe bracht ze de jongen haar jachtbuit. Daar schrok hij van, maar hij toonde zich wel gevleid over dit bewijs van aanhankelijkheid. Zijn verbod om te jagen maakte op Yessie geen enkele indruk.
Tussen kat en kind bestond een innige band. Ze hadden alles voor elkaar over, zelfs hun leven, zoals later zou blijken. Wanneer hij uit school kwam, liep ze hem tegemoet en als hij thuis was zat ze spinnend bij hem op schoot. Zij maakte voor hem een uitzondering, de andere gezinsleden vereerde ze nooit met een bezoek op schoot.
Hiermee zou het sprookje kunnen eindigen. Het liep anders. Toen de jongen een jaar of zestien was, begon het op te vallen dat hij bizar gedrag vertoonde. Hij werd van school gestuurd en bleef dagenlang op bed liggen. Zijn kamer veranderde in een zwijnenstal en zijn ouders verloren het contact met hem.
Het leek wel of hij alleen nog met Yessie ‘gewoon’ kon blijven doen. Zij was zijn enige contact met de realiteit. Voor het overige leefde hij in een wereld van wanen en demonen.
Het leven met hem onder één dak was ondraaglijk geworden voor zijn ouders. In die tijd was er niemand die kon of wilde helpen, omdat hij geen hulp wilde. Toen zijn ouders er een paar dagen tussenuit waren om wat op adem te komen, ontstond er brand in huis. De jongen die op zolder lag te slapen merkte daar niets van. Weldra zou de rook hem dermate bedwelmen dat wakker worden niet meer mogelijk was.
Als Yessie verstandig was, dan nam ze de benen via het kattenluik. Zij dacht er niet over en is naast hem gaan zitten krijsen, net zo lang tot hij wakker werd. Met haar geschreeuw wees ze hem de weg door het donkere met rook gevulde huis. Met zijn handen langs de muren en met behulp van de poes kon de jongen het vege lijf redden en het huis uitkomen.
Buiten ontdekte hij dat Yessie nog binnen was. Hij is het huis weer in gerend om haar te zoeken. Hij vond haar en droeg haar liefdevol naar buiten.
Liefde tussen mens en dier overstijgt dikwijls het eigenbelang. Toen de jongen uiteindelijk na diverse opnames een eigen huis kreeg, was het voor iedereen vanzelfsprekend dat Yessie met hem mee zou gaan. Behalve voor hem.
Hij die zichzelf niet ziek vond, van psychiaters niets moest weten, vond dat hij geen medicijnen nodig had, bleek meer inzicht te hebben in zijn beperkingen dan op het eerste gezicht leek.
“Ik kan niet eens voor mezelf zorgen mam, dat doe ik haar niet aan.”
Hij liet Yessie achter in het ouderlijk huis. Wanneer hij zijn ouders een bezoek bracht, werd zijn komst al geruime tijd vooraf aangekondigd door het zenuwachtige gemekker en gedrentel van Yessie.
Yessie had beter naar hem moeten luisteren. Ze werd op het laatst te oud om te jagen. Ze had een mooiere dood verdiend dan te stikken in een door haar gevangen spreeuw. De jongen bleef er wonderlijk nuchter onder.
“Jagen hoorde bij haar natuur en is niet zonder risico’s”, zei hij terwijl hij haar met veel zorg een mooie plek onder de boom gaf.
Abonneren op:
Posts (Atom)